Vereniging voor
Volkenkunde Breda
Geef a.u.b. uw e-mailadres in, dan sturen wij u een link
waarmee u een nieuw wachtwoord kunt invoeren.
13 april 2026 Jan Boersema

De lezing met beeldmateriaal, verzorgd door Jan Boersema, hoogleraar Grondslagen van de Milieuwetenschappen aan de Universiteit Leiden, toont een nieuw perspectief op een veerkrachtige eilandcultuur.
Paaseiland, met haar iconische beelden (de zogeheten moai), dankt haar naam aan de Zeeuwse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen.
Tijdens zijn reis doemt er op paaszondag in 1722 een klein eiland op uit de mist. Hoewel Roggeveen geen onbewoond eiland aantreft, bevindt de inheemse eilandcultuur zich destijds al in een neerwaartse spiraal. Overbevolking, ontbossing en uitputting van andere natuurlijke hulpbronnen leiden tot een steeds verdere decimering van de eilandcultuur.
De Amerikaanse auteur en natuurvorser Jared Diamond reconstrueert het noodlot van de eilandbewoners in zijn boek Collapse (2005). De ineenstorting van de eilandcultuur zou volgens hem zelfs een waarschuwing bevatten voor de mensheid in zijn geheel. Ook de blauwgroene aardbol die de mensheid bevolkt is immers begrensd en heeft te kampen met de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, overbevolking en oorlogen.
Na jaren speurwerk kwam professor Jan Boersema erachter dat er weinig blijkt te kloppen van het bovenstaande beeld. In zijn lezing zal Boersema aan de hand van zijn boeken “Beelden van Paaseiland: Over de duurzaamheid en veerkracht van een cultuur” (2020) en “The Survival of Easter Island” (CUP, 2015) een nieuwe kijk geven op de geschiedenis van Paaseiland. Er is ruime gelegenheid tot discussie.
Boersema studeerde biologie aan de Groninger Universiteit en promoveerde aldaar aan de theologische faculteit. Hij was als milieuwetenschapper verbonden aan de universiteiten van Groningen, Leiden en Amsterdam. Van 1994 t/m 2000 was hij adviseur van de minister van VROM en in 2002 werd hij hoogleraar aan de VU, Amsterdam. Sinds 2013 is hij (weer) verbonden aan de Leidse Universiteit waar hij werkt op het Centrum voor Milieuwetenschappen.
De lezing van Jan Boersema gaf een breed en boeiend overzicht van de geschiedenis, cultuur en wetenschappelijke discussie rond Paaseiland, ook bekend als Rapa Nui.
Het eiland werd beschreven als een klein, driehoekig vulkaaneiland in de Stille Oceaan, ongeveer zo groot als Texel, met een oppervlakte van circa 160 vierkante kilometer. Door de geïsoleerde ligging spreekt het eiland al eeuwenlang tot de verbeelding.
De naam Paaseiland ontstond doordat de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen het eiland op 5 april 1722, op paaszondag, vanaf zee waarnam. In zijn reisverslag werd het daarom Paasch-Eyland genoemd.
De oorspronkelijke naam van het eiland is niet met zekerheid bekend, maar als mogelijke oude naam werd verwezen naar Te Pito o te Henua, wat vaak wordt uitgelegd als “navel van de wereld” of “centrum van de wereld”.
Jan Boersema besteedde veel aandacht aan de tocht van Roggeveen. Hij voer uit in 1721, op latere leeftijd, op zoek naar het onbekende Zuidland. Dat grote zuidcontinent bleek uiteindelijk niet te bestaan in de vorm die men toen verwachtte, maar Roggeveen zette met zijn ontdekking van Paaseiland wel een blijvend punt op de wereldkaart.
De eerste ontmoeting tussen de Nederlanders en de bewoners verliep tragisch. Volgens de verslagen leidde paniek tot geweervuur, waarbij tien tot twaalf eilandbewoners omkwamen. Boersema benadrukte dat er daarna toch ook sprake was van contact en ruilhandel, wat niet wijst op een ingestorte samenleving.
Na de Nederlanders bezochten ook Spanjaarden, Britten en Fransen het eiland. Jan Boersema liet zien hoe hun verslagen en tekeningen waardevolle informatie geven over het uiterlijk en de gebruiken van de eilandbewoners. De Fransen maakten bijvoorbeeld gedetailleerde afbeeldingen van de beroemde moai.
Volgens Jan Boersema stonden er ooit honderden moai langs de kust, terwijl in de steengroeves nog veel beelden klaarstonden of in wording waren. Veel beelden stonden op een ahu, een verhoging, sommigenm hadden een pukao, een stenen “hoed”, en ogen van koraal en obsidiaan.
Boersema legde uit dat deze beelden waarschijnlijk voorouders of leiders verbeeldden. Ze stonden met hun gezicht naar het land en waren onderdeel van een religieus en sociaal systeem. Ook ging hij in op de vraag hoe de beelden werden vervoerd. Hij noemde de theorie dat ze rechtop “lopend” zijn verplaatst als een serieuze mogelijkheid.
Een belangrijk punt in de lezing van Jan Boersema was de herkomst van de bewoners. Waar Thor Heyerdahl dacht aan Zuid-Amerika, is inmiddels duidelijk dat de bewoners Polynesiërs waren, met een oorsprong in Azië.
Volgens Boersema bereikten zij Paaseiland waarschijnlijk rond het jaar 1100, mogelijk na een onbedoelde maar succesvolle oversteek. Hij vermoedt dat het eiland slechts één keer door een grotere groep is gekoloniseerd.
Jan Boersema zette zich nadrukkelijk af tegen de bekende theorie dat de Paaseilanders hun eigen ondergang veroorzaakten door ontbossing en uitputting van grondstoffen.
Op basis van historische bronnen en berekeningen stelde hij dat deze theorie niet klopt. Vroege bezoekers beschreven het eiland als vruchtbaar en de bevolking als gezond. Ook zou de bevolking nooit zo groot zijn geweest als vaak wordt beweerd.
Volgens Boersema speelden naast menselijk ingrijpen ook factoren als ratten en klimaat een rol bij het verdwijnen van bossen. Hij concludeerde dat er geen sprake was van een totale instorting vóór de komst van Europeanen, maar van aanpassing en verandering.
Jan Boersema beschreef hoe na de periode van de grote beelden een nieuwe religieuze traditie ontstond: de vogelman-cultuur. Daarbij draaide alles om het bemachtigen van het eerste ei van een zeevogel, de bonte stern.
De winnaar gaf zijn leider voor een jaar de macht over het eiland. Volgens Boersema toont deze overgang vooral veerkracht: de samenleving vond een nieuwe structuur die paste bij veranderde omstandigheden.
Een intrigerend onderdeel van de lezing was het rongo rongo-schrift. Jan Boersema legde uit dat dit systeem nog altijd niet volledig ontcijferd is. Waarschijnlijk ging het om een geheugensteun voor rituelen, geen volledig schrift zoals wij dat kennen.
De echte catastrofe in de negentiende eeuw
Waar Boersema de collapse-theorie relativeerde, wees hij op een echte ramp in de negentiende eeuw. Zuid-Amerikaanse slavenhalers namen in de jaren 1860 een groot deel van de bevolking mee. Slechts enkelen keerden terug, en zij brachten ziekten mee.
Volgens Jan Boersema was dit het moment waarop de eilandcultuur daadwerkelijk instortte. De bevolking daalde tot slechts 110 mensen in 1877.
Jan Boersema schetste hoe het eiland zich in de twintigste eeuw langzaam herstelde. Tegenwoordig wonen er duizenden mensen en is toerisme een belangrijke factor.
Er zijn nu voorzieningen zoals scholen, een ziekenhuis en een museum. Tegelijkertijd zijn er nieuwe uitdagingen, zoals afvalverwerking en discussies over autonomie en landrechten.
Een belangrijk actueel thema in de lezing van Jan Boersema was de wens van de eilandbewoners om culturele objecten terug te krijgen uit musea wereldwijd. Een bekend voorbeeld is het in 1868 (uit het ceremoniële dorp Orongo) gestolen basalten beeld Hoa Hakananai’a, wat 'gestolen of heimelijke vriend' betekent, in het British Museum.
Volgens Boersema gaat het hierbij niet alleen om bezit, maar vooral om identiteit en erkenning.
Tot slot ging Jan Boersema in op de band met Nederland. Naast de ontdekking door Roggeveen zijn er ook objecten in Nederlandse musea en bijzondere verhalen, zoals een bekende 1 aprilgrap met een nep-moai.
Ook noemde hij een Nederlandse ambassadeur die in 2002 excuses aanbood voor het geweld uit 1722, een gebaar dat later in 2022 tijdens de internationale Rapa Nui conferentie in Leiden opnieuw aandacht kreeg.
Jan Boersema maakte duidelijk dat Paaseiland geen simpel verhaal is van ondergang door eigen schuld. Volgens hem is het eerder een voorbeeld van een samenleving die zich wist aan te passen aan moeilijke omstandigheden.
De echte instorting kwam pas door invloeden van buitenaf in de negentiende eeuw. Daarmee wordt Paaseiland volgens Boersema niet alleen een waarschuwing, maar vooral een verhaal over veerkracht en overleven.
Wij brachten de wildernis tot bloei
Change and resilience in Rapa-Nui and the Pacific
