Vereniging voor
Volkenkunde Breda
Geef a.u.b. uw e-mailadres in, dan sturen wij u een link
waarmee u een nieuw wachtwoord kunt invoeren.
11 mei 2026
De lezing van Wilbert Smulders gaf een diepgaande presentatie over de levensloop van Albert Smulders, zijn oudoom, die Witte Pater-missionaris was in Congo. Wilbert onthult een lang verborgen familiedrama en plaatst Alberts persoonlijke verhaal in de bredere context van het 19e-eeuwse ultramontanisme, kolonialisme en missiologie.
Het ontrafelen van het verborgen verhaal van Albert Smulders, een Nederlandse Witte Pater in Congo, wiens terugkeer en verlies van geloof leidde tot een familiedrama en zijn gedwongen opname in een psychiatrische inrichting, belicht tegen de achtergrond van de toenmalige katholieke kerkelijke en koloniale politiek.
Een Verborgen Geschiedenis
Albert Smulders: de jongste van negen kinderen, geboren in Rosmalen in 1880, en grootvader van vaders zijde van Wilbert. Hij werd een Witte Pater.
Het Geheim
Wilbert merkte als kind al dat de familie (vooral de diepgelovige vader) snel voorbijging aan Albert in het familiearchief. Pas rond zijn 40e ontdekte de spreker dat er iets ernstigs met Albert was gebeurd, wat leidde tot een familiedrama dat uit het familiegeheugen was gewist en waarvan documenten waren verdonkeremaand.
De Onthulling
De ontdekking kwam via een biografie uit 1994 over Cola de Broc, een 16-jarige jongen uit Bonaire. Een paragraaf genaamd 'het geval Smulders' beschreef hoe Albert (destijds 37) en Cola in Nijmegen beiden in een geloofscrisis verkeerden. Albert werd vervolgens afgevoerd naar een krankzinnigengesticht.
Alberts Tragedie
Albert was missionaris in Congo van 1906 tot 1917.
Hij werd vroegtijdig teruggestuurd naar Nederland en viel onderweg van een boot op de Congorivier.
Na een jaar 'doen alsof' hij een reguliere missionaris op verlof was, kwam hij uit de kast als afvallige en werd onvrijwillig opgesloten in het RK krankzinnigengesticht Sint Servatius in Venray. Hij is er na jaren uitgekomen, maar is nooit meer hersteld en heeft de rest van zijn leven in katholieke verzorgingshuizen in België en Nederland doorgebracht.
De Impact op de Familie
Albert was op 19-20-jarige leeftijd naar een onontgonnen deel van Afrika gegaan, zonder inentingen, in een tijd dat veel missionarissen niet terugkeerden. De familie was aanvankelijk trots. Zijn terugkeer als geloofsafvallige die met een vrouw wilde zijn, was een enorme schande. In het gezin van Alberts broer (de vader van de spreker) waren miskramen en afvalligheid taboe-onderwerpen waarover kinderen de kamer moesten verlaten.
Petite Histoire in Grande Histoire
Wilbert volgde een antropologische methode, waarbij een persoonlijke 'petite histoire' (Alberts verhaal) wordt geplaatst in de 'grande histoire' (de grote geschiedenis van zijn tijd). Vanwege de moeilijkheid om Alberts persoonlijke documenten te vinden, begon hij met de bredere historische context.
De Historische Context
De context wordt uitgelegd aan de hand van drie concepten:
a. Ultramontanisme
Definitie:
Een 19e-eeuwse katholieke tegenreactie tegen de Verlichting en de Franse Revolutie, fel gekant tegen individualisme, liberalisme, democratie, kapitalisme, socialisme en moderne wetenschap.
Gevolg
Een spectaculaire opbloei van kloosterorden, priesters en missionarissen. De Paus (met name Pius IX en Leo XIII) werd een cruciale publieke figuur, gemanaged als een "pauscultus" via de opkomende massacultuur.
Oorsprong van de naam
'Ultramontes' betekent 'over de bergen' (naar Rome). Het verwijst naar de loyaliteit van katholieken aan het Vaticaan, boven hun nationale staten, die na Napoleon hun nationalistische identiteit ontwikkelden.
Nederlandse Context
Nederlandse katholieken waren sinds de Reformatie tweederangsburgers. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, verbond ultramontanisme zich sterk met de emancipatiebeweging van het katholieke volksdeel. Ze waren uitermate loyaal aan de Paus (bv. de Zouaven die de Pauselijke Staat verdedigden). Albert Smulders en zijn familie waren hierdoor diep gevormd.
b. Kolonialisme
Hoogtepunt:
Eind 19e eeuw, versneld door industriële uitvindingen. Afrika kwam pas rond 1880 in beeld (voorheen vooral kustgebieden voor slavenhandel).
(Tekst gaat verder onder affiche)

Conferentie van Berlijn (1885)
Europese landen verdeelden Afrika zonder Afrikaanse aanwezigheid. Het binnenland van Congo werd als ondoordringbaar beschouwd.
Leopold II van België: De koning van het kleine en jonge België nam Congo in als privé-eigendom (een gebied zo groot als heel West-Europa).
Samenwerking Kerk-Koloniaal Bestuur: Leopold II sloot een akkoord met Paus Leo XIII om Belgische missionarissen de Congolezen te laten "bekeren". Al snel waren 45 missieorden actief in Congo, waaronder de Witte Paters.
c. Missiologie
Westerse Superioriteit:
De missie opereerde vanuit een groot gevoel van westerse superioriteit, waarbij alle lokale culturen en religies werden onderdrukt ten gunste van een westerse, christelijke levenswijze.
Doel van de Missie
De katholieke kerk wilde zielen terugwinnen die verloren waren gegaan aan het protestantisme en nieuwe katholieke gebieden stichten in Afrika.
"Good Cop, Bad Cop" Dynamiek
De missionarissen (die Caritas, zorg en onderwijs boden) werkten samen met de koloniale macht (die wreedheden beging voor economische exploitatie van rubber, diamant, ivoor). De missionarissen fungeerden als "soft power", verzachtten potentiële opstanden en gaven een ethisch tintje aan het koloniale project, terwijl ze zelden officieel protesteerden tegen de misstanden. Deze samenwerking was verwarrend voor de Afrikanen.
Alberts Leven als Missionaris (1906-1917)
Familieachtergrond
Albert kwam uit een gezin van negen overlevende kinderen. Vijf jongens, waarvan twee priester werden. Vier meisjes, waarvan de meeste in religieuze of zorgfuncties gingen.
Opleiding
Op 12-jarige leeftijd besloot Albert Witte Pater te worden. Hij volgde kleinseminarie in Mechelen, filosofie in Boksel en theologie in Algiers en Carthago (Tunesië).
Eerste Mis en Afscheid
In juni 1906 werd hij priester gewijd en vierde zijn eerste mis in Rosmalen. Zijn familie was zeer trots. Hij had het moeilijk met het afscheid, wetende dat het waarschijnlijk voorgoed was.
Stereofotografische Correspondentie (1907-1909)
Alberts oudere broer Anton, een notaris, voorzag hem van een stereofotografie-installatie. Ze wisselden twee jaar lang foto's uit tussen Nederland en Congo, een logistiek complexe onderneming met glasplaten en dragers.
Reis naar Congo
De reis duurde 2,5 maand, was zeer oncomfortabel en leidde tot veel koorts (malaria). Albert omarmde het lijden als essentieel onderdeel van zijn roeping.
Kirungu (Baudouinville)
Zijn eerste standplaats in Oost-Congo was een reeds gevestigde "missiestaat" onder leiding van Victor Roelens, compleet met eigen leger, munt en transporttarieven. Albert was hier zeer enthousiast over.
Men bouwde indrukwekkende stenen constructies (ziekenhuis, klooster, zelfs een kathedraal), waarvoor men zelf stenen moest bakken en alles moest aanleveren.
Doelen en Obstakels
Ziekenzorg, armenzorg, onderwijs waren de doelen. Grote obstakels waren ziekten (malaria, slaapziekte), lokaal 'bijgeloof' en polygamie (een groot conflict met de katholieke eis van monogamie).
Proselytisme
Om mensen te bekeren, richtten de paters zich vaak op vrijgekochte slavinkinderen en probeerden ze stamhoofden te bekeren door hen bijvoorbeeld te 'genezen' met medicijnen, waarna de hele stam volgde.
Taal en 'Clergé Indigène'
Hoewel de stichter van de Witte Paters, Kardinaal Lavigerie, pleitte voor aanpassing aan de lokale cultuur, sprak men in Alberts regio de Tapwa-taal. Slimme, jonge Congolese catechisten werden opgeleid in Swahili om dit vervolgens aan de stammen te onderwijzen, waarna de paters het werk afmaakten. Het doel was de vorming van een 'inheemse priesterschap'.
Grootseminarie
Kirungu had een grootseminarie met één briljante Congolese student (Kapfufe) en één docent: Albert. Albert doceerde Kapfufe vier jaar lang Aristoteles en Thomas van Aquino onder de tropische zon.
Nieuwe Missiepost
Na vier jaar werd Albert belast met het stichten van een nieuwe missiepost, 600 kilometer verderop. Hij slaagde hierin, maar was sterker afhankelijk van het koloniale bestuur. Hij gebruikte systematisch proselytisme om chefs te bekeren, wat de 'good cop, bad cop' dynamiek met de koloniale officieren (zoals Kolonel Bronzart) duidelijk illustreerde.
Eerste Wereldoorlog in Afrika
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, met een Afrikaanse tegenhanger. Albert bevond zich op het drielandenpunt (Belgisch Congo, Brits Oeganda, Duits Oost-Afrika). Hij beschreef de verbijstering van de Congolezen, aan wie geleerd was niet te vechten, over de oorlogvoering van de Europeanen. De oorlog was verwoestend voor de Congolezen, die massaal ingezet werden als dragers.
Het reconstrueren van het verborgen verhaal van Albert Smulders' conflict met zijn religieuze orde, zijn mentale achteruitgang en opname, tegen de achtergrond van missionaire idealen en het racisme van de koloniale tijd.
Startpunt van het Onderzoek:
Wilbert begon met beperkte informatie over een "ernstig incident" in Smulders' biografie, een persoonlijk schrift, en een brochure van zijn vader die eerherstel zocht.
Officiële missiepublicaties ('Annalen van de Afrikaanse Missie') vermeldden niets over problemen, omdat deze de 'mooie kant' van het zendingswerk belichtten.
Doorbraak in archieven
Na vruchteloos zoeken in de Nederlandse en Belgische provinciaalarchieven van de Witte Paters, ontdekte de spreker bij wijze van 'kippersgeluk' vier treffers in het online archief van het Generalaat (hoofdkwartier in Rome/Algiers) onder de titels 'Affaire Hollens-Smulders' en 'Controverse Hollens-Smulders' (1915-1917). Deze vermeldden 'obligation des règles' (gehoorzaamheid aan de regels) als strijdpunt.
De archieven van het Generalaat verwezen naar de Sacra Congregatio de Propaganda Fidei (het missie-ministerie van het Vaticaan) in Rome, waar een substantiële hoeveelheid correspondentie over het conflict werd gevonden.
Het Conflict met Victor Hollens
Albert Smulders kwam twee keer in conflict met zijn overste, Victor Hollens, de apostolisch vicaris in Congo.
Eerste inspectie (Lulemba)
Hollens bekritiseerde Alberts financiële beheer, eigengereide leiding en onbezonnen werkwijze. Albert accepteerde de kritiek.
Tweede inspectie (Aanklacht wegens ketterij)
Twee jaar later viel Albert Hollens preventief aan. Hij beschuldigde Hollens ervan 'niet zuiver op de graat' te zijn en zijn rol als apostolisch vicaris (benoemd door Rome) boven zijn gehoorzaamheid aan de Witte Paters' orde te stellen, wat neerkwam op een beschuldiging van ketterij.
Hollens, woedend, escaleerde de ruzie tot de hoogste Vaticaanse regionen om zijn gelijk te halen. Dit gedetailleerde conflict toonde een wereld van 'incompatibilité des humeurs' (botsende karakters) en interne conflicten, in contrast met het geïdealiseerde beeld van de missie.
Alberts positie in de missie werd onhoudbaar. De overste van de Witte Paters, die Hollens als 'havik' beschouwde, nam aanvankelijk Alberts zijde.
Terugkeer naar Europa en Geestelijke Achteruitgang
Na tien jaar in Congo keerde Albert terug naar Algiers voor een verplichte retraitemaand. Daar ontwikkelde hij eigenzinnige religieuze ideeën, beïnvloed door filosofen als Bergson, vrijzinnig protestantisme, esoterie en socialisme, met een focus op ascetisme en speciale ideeën over voortplanting en goddelijke verschijningen. Wilbert noemt hem een 'religieus dwaalhoofd'.
Rond 1918, na de Eerste Wereldoorlog, vielen Alberts ideeën niet direct op, omdat er in Europa een brede zoektocht was naar nieuwe, 'zuivere' levensbewegingen en 'humanitair idealisme'.
Eind 1918 escaleerde zijn evangelische ijver; hij probeerde zijn familieleden te bekeren, wat tot afwijzing leidde.
Opname en Zorg
Zijn broer Anton (notaris) vroeg om opname, en zijn broer Johan (arts) gaf een medische verklaring van krankzinnigheid (iets dat nu onmogelijk zou zijn).
Albert werd in 1919 door de officier van justitie als krankzinnig bestempeld en opgenomen in het psychiatrisch gesticht Sint-Servaas in Venray, in de chique 'A2' sectie.
Verrassend genoeg betaalden de Witte Paters vier jaar lang zijn dure verblijf en daarna de kosten voor zijn verzorging tot aan zijn dood in 1957, ondanks zijn wens om uit de orde te treden. Dit toont de toewijding van de orde aan de levenslange zorgplicht voor haar leden.
Een vooraanstaande psychiater, Kees Winkler, bevestigde Alberts waanbeelden en raadde therapie aan, die Albert weigerde.
Albert probeerde met hulp van advocaat Aert van der Goes van Naters (die de strijd tegen de katholieke hiërarchie zag) zijn vrijlating te bewerkstelligen, maar zonder succes.
Na vier jaar werd hij vrijgelaten. Na een kort verblijf in Parijs keerde hij terug naar zijn broer Anton. Antons dood had een verwoestende impact.
Van 1924 tot 1949 verbleef hij in een verzorgingstehuis in Diest (België), en van 1949 tot zijn overlijden in 1957 in Huize Padua in Boekel, Nederland. Zijn leven, vanaf zijn 40e tot zijn 77e, speelde zich af in instellingen.
Mathieu Schoenmaekers: De spreker trekt een parallel met Mathieu Schoenmaekers, een briljante uitgetreden priester en tijdgenoot die vergelijkbare 'nieuwe religieuze ideeën' (theosofie, boeddhisme, esoterie) op een systematische manier uitwerkte en een gerespecteerd leider werd van de moderne mystieke kunstenaars in Laren, in tegenstelling tot Albert die als 'gek' werd bestempeld.
Stéphan Achoro (Stephen Akerot)
Albert gaf filosofie aan Stéphan Achoro, een Congolees die in 1917 de eerste Afrikaanse priester werd, het 'paradepaardje' van Victor Hollens. Hollens, ondanks zijn racisme, nam Achoro mee op tournee door Europa, inclusief lezingen in Nederland, terwijl Albert tegelijkertijd in het gesticht zat. De spreker vergelijkt deze 'presentatie' van Achoro met de 'mensentuinen' van die tijd en benadrukt de racistische dubbelzinnigheid van de missie. Achoro, hoewel briljant, bleef gefrustreerd door racisme en ondergeschiktheid aan witte geestelijken, en werd uiteindelijk slachtoffer van de complexiteit van de missie.
Conclusie & Erkenning
De familie van de spreker heeft het verhaal met grote interesse ontvangen, als een 'exotisch' maar tegelijkertijd dichtbij en rehabiliterend verhaal over een man die grotendeels uit de familiegeschiedenis was verdwenen.
Het onderzoek werpt licht op de complexiteit van missionarislevens, de interne conflicten binnen religieuze ordes en de impact van koloniale en maatschappelijke structuren.
Aanrader
Uitverkoren - Janneke Stegeman en Saskia Pieterse
Vrij, tolerant, verlicht en gematigd. Al sinds de zeventiende eeuw zien Nederlanders zichzelf deze positieve kwalificaties toe. In Uitverkoren leggen Saskia Pieterse en Janneke Stegeman dat positieve zelfbeeld op de snijtafel. Waar komt het vandaan, en vooral: hoe valt het te riimen met vier eeuwen koloniale overheersing?
Uitverkoren begint met de Opstand en de oprichting van de VOC en trekt liinen door naar Nederland als democratische staat. Het boek werpt daarin een kritische blik op de calvinistische staatsmannen die
ons land hebben vormgegeven. Zij zagen niet zichzelf maar anderen als intolerant en onderdrukkend. De Nederlandse protestantse natie beschouwden ze als uitverkoren, door God geroepen om het ware geloof te verspreiden. Nederlanders waren geestelijk en lichamelijk verheven boven alle anderen. Pieterse en Stegeman maken inzichtelijk hoe het Nederlandse positieve zelfbeeld nauw verweven is met protestants kolonialisme en racialisering van anderen. Het is hoog tijd die geschiedenis onder ogen te zien.